donderdag 13 april 2017

Weekmenu #15 en een recept voor dé Vlaamse vegetarische klassieker



Nog even en het is Pasen, meteen ook het einde van Dagen Zonder Vlees. Dit jaar valt het me best zwaar om afscheid te nemen van deze periode. Voor het eerst heb ik het gevoel dat ik gerust kan doorgaan met vegetarisch te eten. Ik heb gemerkt dat ik het eigenlijk niet zo moeilijk meer vind om een vegetarisch alternatief te bedenken voor de vleesmaaltijd die mijn gezinsleden nuttigen. Soms gaat dat over vervangvlees, maar dat probeer ik niet te vaak te doen, wegens niet bepaald gezond, vaker kook ik voor mezelf snel wat anders waar ik dan twee dagen mee voort kan.

Ik probeer altijd eitjes, room en feta of mozzarella in huis te hebben, nee, veganistisch zal ik zo snel nog niet snel worden, ... Als je voorraadkast dan ook nog goed gevuld is met een variatie aan noten, bonen en granen, kom je al een heel eind.
Ik durf te denken dat ik me dankzij dit nieuwe "dieet" minder opgeblazen voel, met andere woorden: het lijkt na de maaltijd niet meer alsof ik drie maanden zwanger ben. Energieker voel ik me helaas niet, al was het misschien wat optimistisch om vlees hiervoor verantwoordelijk te achten (wat vroeger gaan slapen helpt wellicht ook). Geen spectaculaire fysieke metamorfoses dus, maar ik zie zoveel voordelen op andere vlakken dat ik toch nog wat langer doorga. Ik vind naar de slager gaan sowieso al niet echt fijn, ik ga echt niet watertanden als ik die glibberige hoopjes in de toonbank zie liggen. Ook beleg vind ik er eigenlijk niet bepaald smakelijk uitzien. Ik beeld me dan ook steeds het dier in kwestie in, wat het allemaal niet makkelijker maakt. Voeg daar nog de horrorverhalen over de slachthuizen aan toe, en de overstap is snel gezet.


Toch zal ik het komende jaar zeker nog vlees eten. Dat lijkt inconsequent, maar voor mij is het de enige manier om een evenwicht te vinden tussen mijn principes en mijn persoonlijkheid. Ik wil niet vervelend doen naar anderen toe, ik wil niet diegene zijn die op etentjes met vrienden de moeilijke is. Het lijkt voor sommigen misschien flauw dat ik hierover val, maar zoals jullie wellicht al weten sta ik niet graag in het middelpunt van de belangstelling. Bovendien heb ik voorlopig nog geen zin om me te verantwoorden als ik wel eens zin heb in een hapje vlees - al kwam me dat de afgelopen weken niet vaak voor. Zelfgepelde garnaaltjes aan zee kon ik dan weer niet aan me laten voorbij gaan.

U spreekt dus vanaf nu met een rasechte flexitariër. En zo herhaal ik mezelf misschien een beetje, want was dit eigenlijk niet mijn goede voornemen voor dit jaar? Awel ja, bekijk het alsof ik na goed drie maanden besef dat het me eigenlijk wel goed afgaat, dat goed voornemen! En dat moet zowat de eerste keer zijn, dat ik een goed voornemen langer dan een maand volhoud. Applausje voor mezelf dus!



Voor wie het allemaal wat moeilijk vindt om dat vlees te laten: één troost. De asperges steken hun kopjes boven het zand! Als je goed kijkt, kan je het op de foto zelfs zien... Het moet volgens mij zowat de enige Vlaamse vegetarische klassieker zijn, eentje waarvan niemand nog merkt dat er geeneens vlees bij zit. Ik woon in het epicentrum van de woelige strijd om de namen Witloofdorp en Aspergegemeente, maar zag voorlopig nog weinig bordjes opduiken bij de plaatselijke boeren. Lang kan het niet meer duren, hier en daar zie ik hen al eens voorzichtig wat grond wegschoffelen, als archeologen op zoek naar het witte goud.

Asperges zijn geen makkelijke groente, ik ken bijzonder weinig kinderen die er gek op zijn. Maar eens je de smaak leert waarderen, kan het seizoen niet snel genoeg beginnen. Ik maak mijn asperges nog steeds klaar zoals mijn oma het deed. Koop je asperges als je kan van de boer, en wrijf ze tegen mekaar. De overlevering wil dat je ze dan moet horen "zingen", anders zijn ze niet vers.

Wat heb je nodig?
500 gr witte asperges
5 hardgekookte eieren
een bussel krulpeterselie
boter

Hoe maak je het?
Schil de asperges met een dunschiller, blijf weg van het kopje. Verwijder het houtachtige gedeelte aan de onderkant. Hou zowel de slierten als de kontjes bij, hier kan je een lekker aspergesoepje van maken.

Doe koud water in een kookpot en voeg wat zout toe. Leg de asperges in de pot en breng langzaam aan de kook. Eens het water kookt, draai je het vuur dicht. Laat de asperges nog een vijftal minuten garen. Om te testen of ze gaar zijn, prik je met een vork in het dikste gedeelte. Schep de asperges uit het water en laat ze ingewikkeld in een keukenhanddoek rusten.

Smelt ondertussen de boter in een pannetje.

Prak de hardgekookte eieren en voeg de blaadjes van de krulpeterselie toe. Meng er de botersaus onder.




Heb jij ook de smaak te pakken en ga je na Dagen Zonder Vlees door met minder vlees te eten? Wat zijn jouw tips dan? Laat het me zeker weten!


2 opmerkingen:

  1. Yummmm, hier ook een aspergefan, ik heb er al soep van gegeten vorige week op restaurant, maar er nog niet zelf mee aan de slag gegaan, hoog tijd ik weet het!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik maakte gisteren aspergesoep! Het recept volgt één van de komende dagen op de blog!

    BeantwoordenVerwijderen